Categorie: <span>Psychologie</span>

De voort durende lockdown……..

De wereld van voor de coronacrisis is er niet meer. Maar de nieuwe wereld na corona is nog niet aangebroken. We zitten in een fase, in lockdown. Onze uitdaging in deze tijd is om aanwezig te kunnen blijven in deze tussenruimte, de space in between. Daar kunnen we mee oefenen, oefenen om aanwezig te blijven in het onbekende. Zonder (ver) oordeel, met openheid en compassie.

De coronacrisis leidt tot verdriet, angst, boosheid, irritatie misschien ook. De toekomst is voor veel mensen onzeker. Mindfulness kan helpen om met wat meer rust en evenwicht naar die emoties te kijken en je niet te laten meeslepen.

In mindfulness gebruiken we vaak de metafoor van de twee pijlen. De eerste pijl staat voor het lijden dat op ons af komt. Iedereen krijgt in zijn leven te maken met lijden, corona of geen corona. Wat we vaak doen is daar een tweede pijl op afschieten, de pijl van het piekeren oftewel het verzet: waarom moet dit mij overkomen, ik wil dit niet, dit gaat nooit meer goedkomen. Daarmee maken we de situatie erger. Aan die eerste pijl kun je niet ontkomen, aan de tweede pijl wel. Tijdens deze coronacrisis kan de piekerfabriek overuren maken, maar het gaat je niet helpen. Laat het verzet los.  Erken de moeilijke, lastige situatie waar we samen, met zijn allen, inzitten. Mediteren helpt je daarbij, alleen of samen online.

 

 

Online mediteren kan bijvoorbeeld bij 30now

Waar u dit jaar op moet letten bij uw zorgverzekering

Het einde van het jaar nadert, tijd om uw zorgverzekering onder de loep te nemen. Wellicht kunt u veel geld besparen, Nederland is zo ongeveer het meest oververzekerde land ter wereld.

Ons huidige zorgstelsel bestaat sinds 2006, en dat betekent dat we nu voor de vijftiende keer kunnen beslissen om van zorgverzekeraar te wisselen. Dat doet lang niet iedereen (vorig jaar slechts 6,5 procent van de verzekerden, sinds 2014 is ruim 69 procent nooit gewisseld), maar kan wel de moeite lonen.

De zorgverzekering neemt namelijk ieder jaar een grotere hap uit het huishoudbudget. In 2006 was een standaard gezin (twee volwassenen, twee kinderen onder de 18) ongeveer 2.500 euro per jaar kwijt. Gebruikte een gezin geen zorg, dan ging daar nog no-claim korting vanaf. Dit jaar stijgt dat bedrag, met een basisverzekering en een gemiddeld aanvullend pakket, voor het eerst tot boven de 4 duizend euro. Alle reden dus om deze financiën serieus te nemen, en een middagje te zorgverzekeringsploeteren. Maar waar moet u dan op letten?

Zoals elk jaar geldt ook dit jaar weer de drie-eenheid van basisverzekering, eigen risico en aanvullende verzekering.

De basisverzekering

De basisverzekering is voor iedereen verplicht en voor iedereen geldt dezelfde dekking. Toch zijn er wel degelijk verschillen. Sterker nog, het prijsverschil is dit jaar groter dan ooit tussen de goedkoopste (105,95 per maand, Gewoon Zekur) en de duurste (147,95 per maand, De Amerfoortse Eigen Keuze) polis. In totaal gaat het om een verschil van 504 euro per jaar.

Maar let op: Gewoon Zekur is een budgetpolis, daarmee kunt u niet bij alle ziekenhuizen en andere zorgaanbieders terecht. Bij De Amerfoortse Eigen Keuze kan dat wel, dat is immers een restitutiepolis, een soort verzekering waarbij u helemaal vrij bent uw zorgverlener te kiezen.

De prijsverschillen worden elk jaar groter, zegt Suzanne Löwik van vergelijkingssite Pricewise. ‘De gemiddelde prijsstijging is 60 euro per jaar, maar ook de verschillen liggen dus verder uit elkaar.’ Dat komt vooral, zegt Peter Ruys van Zorgkiezer.nl, omdat de duurste restitutiepolissen sneller in prijs oplopen dan de goedkope budgetpolissen. ‘Mensen moeten meer bijbetalen als zij vrije artsenkeuze willen. Daar kun je je vraagtekens bij zetten: alleen voor mensen met veel geld is dat dus bereikbaar.’

Er is ook geld te besparen op de normale polissen, waarbij wel alle ziekenhuizen zijn meeverzekerd. Elke grote verzekeraar heeft ook een internetlabel, (‘ik vergelijk het altijd met huismerken in de supermarkten’, zegt Ruys), waarbij de dekking nagenoeg gelijk is, maar de prijs een stuk lager. ‘Dat leidt soms tot bizarre verschillen waar je mee je voordeel kunt doen’, zegt Bas Knopperts van Independer. ‘Zeker als je gewend bent toch al veel zaken digitaal te regelen.’

Ga maar na. Huismerk Bewuzt: 110,90 euro. Grote broer VGZ: 120,90. Tien euro verschil. Huismerk Just (111,70) ten opzichte van CZ Zorgbewust (123,10): 11,40 euro per maand verschil. Het bontst maakt Zilveren Kruis het: ZieZo basis kost 112,25 euro, Zilveren Kruis Basis Zeker 128,45 euro. 16,20 euro per maand, ofwel 194,40 euro per jaar aan premieverschil. Zo’n huismerk kan ook stukken goedkoper zijn dan de korting die een collectiviteit biedt, zegt Ruys. ‘Sinds vorig jaar mag de korting op een collectiviteit nog maar maximaal 5 procent zijn. De gemiddelde korting is nu zo’n 3,5 procent, dat was 7 á 8 procent. Ik preek natuurlijk voor eigen parochie nu, maar ook de ACM heeft aangetoond dat een individuele zorgverzekeraar vaak goedkoper is dan een collectief. Probleem is dat mensen feitelijk slapend lid blijven. Dat is dus iets om even goed uit te zoeken.’

Het eigen risico

Het standaard eigen risico is 385 euro, maar u kunt besluiten dat te verhogen tot 885 euro. ‘Dat klinkt als een enorm bedrag, en dat is in feite natuurlijk ook’, zegt Löwik van Pricewise. Maar dat is niet het hele verhaal. ‘Je krijgt namelijk tot wel 300 euro korting op je premie als je voor het hoogste eigen risico kiest. Dat betekent dat je maar een risico van 200 euro loopt.’ Als je geen hoge zorgkosten verwacht, en je kunt – mocht het nodig zijn – die 885 euro betalen (bijvoorbeeld door de ontvangen korting opzij te leggen), dan is een hoger eigen risico een verstandig besluit.

Zeker als je met z’n tweeën bent, zegt Ruys. ‘De kans dat je allebei je been breekt is natuurlijk klein. En als één van beide partners het volledige eigen risico moet opmaken, en de ander heeft niets, dan ben je nog voordeliger uit. Dat geldt al helemaal als je die rekensom over meerdere jaren maakt.

Het grootste voordeel van een hoger eigen risico is dit jaar te halen bij Jaaah, een nieuwe verzekering van ONVZ. Daar is de polis met 885 euro eigen risico 89 euro per maand, 26 euro goedkoper dan de normale premie. Met die 89 euro is Jaaah de goedkoopste basisverzekeringsoptie dit jaar.

Aanvullend

En dan moeten we het nog even hebben over de eigenschap waardoor Nederland al jaren een van de meest oververzekerde landen ter wereld is; de irrationele behoefte aan zekerheid. Aan de wetmatigheid ‘verzeker je alleen voor die zaken die je niet kunt betalen, mochten ze je overkomen’ heeft de Nederland een broertje dood. Gevolg: ruim 80 procent van de Nederlanders heeft een aanvullend pakket, een waanzinnig en onbegrijpelijk percentage. ‘Dit gaat me aan het hart, veel mensen betalen daardoor onnodig veel zorgpremie’, zegt Löwik

‘Veel mensen laten hun aanvullende pakketten jaren doorlopen, ook als ze zaken als extra zwangerschapsdekking of orthodontie voor de kinderen helemaal niet meer nodig hebben’, zegt Knopperts van Independer.

Daarom de oproep: bekijk goed welke dekking u nodig heeft, en pas daar uw aanvullende pakket op aan. En bedenk ook: in veel gevallen is bijvoorbeeld een tandartsverzekering helemaal niet nodig. Als u keurig twee keer per jaar langs gaat en u heeft aan reiniging en controle genoeg, dan bent u meer kwijt aan de premie waarmee u (een deel van) de tandartskosten vergoed krijgt, dan aan de tandartsrekening zelf.

‘In principe zou een aanvullende verzekering een ongevallenverzekering moeten zijn’, zegt Löwik. Een verzekering die hoge kosten dekt als er een onverwachte gebeurtenis plaatsvindt, met hoge kosten tot gevolg. Maar de aanvullende verzekering is meer een soort abonnement op zorg geworden. Gevolg daar weer van is dat verzekerden meer gaan claimen, en verzekeraars dus óf hun premie omhoog moeten doen, óf hun pakketten moeten gaan uitkleden.

Vooral dat laatste is de laatste jaren een trend, zegt Ruys van Zorgkiezer.nl. ‘De prijsstijging valt wel mee dit jaar, hoogstens een paar euro. Maar je ziet dat de dekkingen in de uitgebreide pakketten steeds minder worden. Van onbeperkt fysiotherapie, naar 36 behandelingen, naar nu 32. Een pruikvergoeding voor kankerpatiënten van maximaal 500 naar maximaal 250 euro. Of de helft minder dekking voor orthopedische schoenen.’

Kortom: duik eens in de dekking van de aanvullende verzekering en bereken of het gevoel van zekerheid de irrationele, keiharde euro’s waard is.

In 100 jaar tijd is er niet veel veranderd in hoe wij omgaan met een pandemie…..

In maart van het jaar 2020 was het in Nederland stil op de wegen, de vogels waren luid te horen net als het ritselen van de bladeren. De lucht leek wel helderder en de zon scheen volop. Maar het geluid van spelende kinderen, voorbijrazende auto’s, kwebbelende mensen was grotendeels verstomd. We bleven thuis omdat er een virus over de wereld raast.
In september 2020 zijn de aantallen auto’s op de snelweg weer bijna op het niveau ‘normaal’, spelen de kinderen weer op de schoolpleinen en zijn de vogelgeluiden teruggedrongen naar de achtergrond. We blijven niet meer massaal thuis. Sterker nog er is volop discussie en tegengeluiden te horen over de benodigde maatregelen of het virus zelf met demonstratie en helaas geweld aan toe. Dit is niet raar en een menselijke fenomeen wat van alle tijden is.
Wanneer er gevaar dreigt, komen we in een vecht of vlucht stand om dit gevaar te lijf te gaan dan wel te vermijden. Zeker als we het idee hebben dat we dit zelf kunnen. Om besmetting te voorkomen waren we graag bereid om thuis te gaan zitten en afstand te houden. Met het vorderen van de tijd en het voor velen onzichtbare gevaar (immers veel Nederlanders kennen niemand die het covid-19 virus heeft gehad) is de dreiging afgenomen. Bovendien versterkt dit onze neiging tot optimism bias, het idee dat slechte dingen anderen overkomen dan jezelf. “Ik raak toch niet besmet of heb er dan niet veel last van”. In het begin is er veel onzekerheid en angst over de ernst van de ziekte en de kans op besmetting. Maar ook onzekerheid en misinformatie over wat de beste bestrijding van de pandemie is.

 

Nu in oktober staan we opnieuw voor strengere maatregelen. Frustrerend, helemaal omdat we niet weten voor hoe lang en of het weer gaat helpen. Bovendien is de geldigheid, de noodzakelijkheid van de maatregelen onderdeel van discussie. Sommige vinden de maatregelen erger dan de kwaal. Maar gezien de stijgende cijfers in besmettingen, ziekenhuisopnames en overlijdens zitten we in een tweede golf. En dat kan ook nog even doorgaan, de Spaanse griep (1918-1920) bijvoorbeeld kwam in drie golven.

“Geef me de moed om te veranderen wat ik kan veranderen. Geef me de wijsheid om te accepteren wat ik niet kan veranderen. Geef me het inzicht om het verschil tussen beide te zien”

Leg de focus niet alleen op de IC plekken of sterfgevallen….

De afgelopen periode draaide alles om de IC capaciteit en de sterftecijfers. Logisch misschien zeker gezien de verhalen en schrikbeelden uit met name Italië. Drastische maatregelen worden overal in de wereld afgekondigd. Hoe nodig dit echt is, kunnen we pas over een jaar of nog later zeggen als alle cijfers en gevolgen van de maatregelen meer duidelijk zijn. Wat mij wel steeds in het hoofd blijft zitten, is de enorme vasthoudendheid aan die sterfte cijfers en IC capaciteit alsof dat het enige is dat telt. Terwijl er zoveel meer aan de hand is in bijvoorbeeld gehandicapten- of jeugdzorg, rondom huiselijk geweld, eenzaamheid en depressiviteit, angst en stress voor financiële problemen, gevoel van nutteloosheid en gebrek aan fysiek contact. Laat staan hoe dit over langere tijd zijn impact zal hebben. Ik vond in de hieronder staande quote van filosofe Marli Huijer de juiste woorden voor dat knagende gevoel bij mij:

‘Zorg dat de aandacht minder op de sterftecijfers is gefocust. Besef dat wat niet in cijfers is uit te drukken, zoals de sociale, culturele, psychologische en politieke gevolgen, even belangrijk is. Bedenk creatieve oplossingen om afstand te blijven houden en handen te wassen, maar wees terughoudend met insluitings- en surveillancemaatregelen. En accepteer dat mensen uiteindelijk ergens aan dood gaan, hoe ver we de levensverwachting ook weten op te rekken.’

Verslaafd aan mijn smartphone

Meer dan 92% van de Nederlanders boven de 12 jaar heeft een smartphone. Het smartphonegebruik in Nederland is explosief gestegen. Besteden we in 2016 nog 40 uur per maand aan internetten op onze telefoon, nu spenderen we daar maandelijks bijna 61 uur aan. Dat komt neer op zo’n 2 uur per dag. Van die 61 uur besteden we 26 uur aan Facebook en Google blijkt uit een enquête onder 4.000 mensen van Stichting Internet Domeinregistratie Nederland (SIDN). Veel mensen zijn zich bewust van het vele gebruik van hun telefoon. We hebben een soort haat-liefde verhouding gekregen met het apparaat. We willen er niet meer zonder, maar zouden wel vaker zonder willen kunnen.

Bijna een kwart van de Nederlanders schijnt zich verslaafd te noemen aan hun telefoon. Ze besteden zoveel tijd aan hun telefoon dat dit ten koste gaat van hun slaap, hun werk of hun sociale contacten. Ironisch genoeg zijn er weer apps om je te helpen om je gebruik te monitoren, of zelfs te beperken door je geen toegang meer te geven. Zoals bijvoorbeeld Offtime of SPACE (will help you find your phone/life balance). Dezelfde apps die met hun meldingen je steeds weer op je scherm laten kijken….Het is dan toch eigenlijk te zot voor woorden dat je je telefoon nodig hebt om je telefoon minder te gebruiken??

Maar goed, als zo’n app helpt om je meer tevreden te laten voelen over je telefoongebruik is dat natuurlijk alleen maar mooi mee genomen. En het is ook niet zo dat de smartphone alleen maar ellende brengt.

Bewust gebruik van je smartphone is misschien een beter idee, zeker als je de smartphone vaak uit gewoonte of verveling pakt.

Pak eens een tijdschrift of een boek, kijk naar buiten of begin een gesprek i.p.v. automatisch je telefoon te pakken.

Bedenk wat je reden is om iets te posten. Wil je likes of wil je echt iets delen met een ander?

Scroll je automatisch door facebook of instagram of ben je werkelijk op zoek naar een interessant verhaal?

Ga je een upload kijken omdat je geabonneerd bent of een notificatie kreeg, of ben je werkelijk geïnteresseerd? En blijf je kijken, zet dan eens de autoplay uit.

Zet sowieso alle meldingen af, dat maakt je minder ‘slachtoffer’ en geeft je meer eigen controle over het gebruik van je telefoon.

Overweeg een kwartier aan het begin en aan het einde van dag om je whatsapp, instagram, twitter, facebook of snapchat te checken. Zo mis je toch niets, maar hoef je niet de hele tijd op je telefoon te kijken.

En als je echt durft, doe eens een middag of hele dag de telefoon uit. Veel plezier!!!

 

 

Wijsheid 👩

Nawal El Saadawi: ‘We moeten onze opvatting over wat succes is veranderen. Het is noch geld, noch beroemdheid, noch macht: het is het vermogen om de wereld een betere plek te maken om in te leven.’

Mindfulnessoefening-Tara Brach

Kwaliteit in de zorg, maar hoe te meten?

Betere zorg volgens Menzis

Deze plannen van Menzis hebben voor veel reuring gezorgd in de Geestelijke Gezondheidszorg. Als dat het idee was, zijn ze er in geslaagd. Ook ik heb dit met stijgende verbazing en oprechte woede zitten lezen. Met name ook omdat ik, net als mijn mede zorgaanbieders, zich dit persoonlijk aantrekken. Er wordt onbedoeld of niet, gesuggereerd dat behandelaren niet resultaat van de behandeling zouden willen of maar éindeloos door behandelen. Iedereen die in de gezondheidszorg werkt, is daar in gestapt omdat hij mensen wil helpen. We gaan soms gebukt onder het ‘redderssyndroom’, het idee dat iedereen te redden is door jou. Iets wat je met bloed, zweet en tranen moet afleren, omdat dat simpelweg niet kan. Sommige mensen zijn niet te redden, soms te helpen. Of niet te redden door jou omdat de behandelmethode niet aansluit of de “klik” er niet is.

Terug naar de plannen. Ik wil er een stuk uitlichten wat op hun website staat:

Het lijkt vreemd, maar toch is het vaak zo: zorg van betere kwaliteit is vaak goedkoper. Dat komt omdat als een patiënt beter wordt behandeld, er bijvoorbeeld minder vervolgzorg of medicatie nodig is. Tot nu toe worden GGZ-instellingen daar niet voor beloond in het Nederlandse zorgstelsel. Want als ze betere kwaliteit leveren, en er daardoor minder behandelsessies nodig zijn, lopen ze inkomsten mis. In de afspraken met de instellingen en Menzis verandert dat: de besparing die optreedt bij goede zorg, gaat voor het grootste deel terug naar de behandelaar. Daardoor wordt hij of zij beloond als de zorgkwaliteit voor de klant beter wordt.

Dit klopt voor het grootste deel. In de basis GGZ wordt ik betaald per pakket en of ik dan 7 of 10 sessies heb gehad, maakt voor mij zo’n 300 euro meer uit. Ik ‘verdien’ dus meer als ik langer behandel. Dit is overigens van het begin van dit betalingssysteem al door de zorgaanbieders aangegeven als ‘niet handig’. Maar hier laat Menzis ook zien wat hun filosofie is; betere kwaliteit staat synoniem voor minder behandelsessies. Dit lijkt misschien logisch maar is dat voor veel (psychische) klachten zeker niet. Vaak is er eerst tijd nodig om inzicht te krijgen in de klachten en de aanvaarding van de patient dat hij klachten heeft en ziek is. Dan pas kan gewerkt gaan worden aan verandering. Kort behandelen en na vier sessies klaar zijn, kan dan dus juist een slechte kwaliteit van behandelen betekenen. Waardoor de patient steeds opnieuw (dezelfde) klachten ontwikkelt.

 “In de te maken afspraken staan uitkomsten van zorg die voor patiënten van belang zijn centraal”, legt Bas van Riet Paap, manager GGZ bij Menzis, uit. “Denk aan klachtvermindering, klanttevredenheid, reductie van wachttijden en het verbeteren van de kwaliteit van leven.

Jammer dat de uitkomsten gekoppeld worden aan de tevredenheid en klachtvermindering met name. Zoals hierboven zelf aangegeven door Menzis zit de ‘winst’ veel meer in bijvoorbeeld minder vervolgzorg. Maar dit wordt niet gemeten. Ook dat is overigens lastig aangezien we uit de wetenschap weten dat de kans op terugkeer van een depressie meer dan 70% is. En dit is natuurlijk de grootste hamvraag die maar niet beantwoord kan worden, wat is dan de kwaliteit van de behandeling en de best mogelijk uitkomst van een depressieve behandeling?

‘Meten is weten’, maar dat geldt alleen voor wat gemeten kan worden. Meten kun je alleen wat in een letterlijke zin langer of korter, zwaarder of lichter, meer of minder kan zijn – dat wil zeggen, wat kwantiteit heeft. Hoewel elke lengte, elk gewicht, elke hoeveelheid relatief is (het een is langer dan het ander), kunnen we die relatieve kwaliteit met zekerheid en objectief vaststellen.
In onderwijs, zorg en allerlei dienstverlening gaat het om kwaliteit. Omdat we kwaliteit zo belangrijk vinden doen we aan kwaliteitszorg en organiseren we instrumenten om die kwaliteit te verzekeren. En daar gaat het mis. Want verzekering wil zekerheid, en zekerheid vraagt om meetbare resultaten. Dus vervangen we kwaliteit door kwantiteit: het aantal tevreden patiënten bepaalt dan de kwaliteit van zorg, het aantal diploma’s de kwaliteit van onderwijs, het aantal publicaties de kwaliteit van onderzoek. Wie kwaliteit wil, moet onzekerheid aankunnen. Kwaliteit wordt vergeten zodra men gaat meten. Paul van Tongeren, Emeritus hoogleraar Ethiek, Nijmegen

Stop met dit onzinnige plan totdat we kwaliteit echt kunnen beoordelen. Vertrouw tot die tijd wat meer op de behandelaren en zorgaanbieders!